Zou de uitkomst anders zijn geweest als zij geen moslima’s waren?

Door: Mohammed Raid Kakeh

Een incident in de Nederlandse stad Utrecht heeft een golf van verontwaardiging en discussie veroorzaakt. Op sociale media circuleert een video waarin een politieagent geweld gebruikt tegen een vrouw en haar vriendin, beiden gekleed in islamitische kleding. Wat begon als een kort fragment van geweld, groeide al snel uit tot een maatschappelijk debat. De meningen in Nederland zijn verdeeld — zowel binnen de bredere samenleving als binnen Arabische en islamitische gemeenschappen.

Sommigen verdedigen het optreden van de agent en stellen dat hij handelde in het kader van ordehandhaving. Anderen zien het incident als onderdeel van een bredere context van discriminatie en racisme. In de video is te zien hoe één van de vrouwen wordt geschopt terwijl zij filmt, terwijl de andere met een wapenstok wordt geslagen. Voor critici is dit geen neutraal gebruik van geweld, maar een voorbeeld van ongelijke behandeling van moslima’s in de openbare ruimte.

De Nederlandse wet is op dit punt duidelijk. Volgens de Politiewet mag geweld alleen worden gebruikt wanneer dat strikt noodzakelijk is en proportioneel blijft. Het gebruik van geweld is slechts toegestaan bij verzet, direct gevaar of om een situatie te voorkomen die tot een reële bedreiging kan leiden. Zelfs dan geldt dat geweld het laatste middel moet zijn en zo beperkt mogelijk moet worden ingezet. Onnodig geweld is in strijd met de wet. Als de betrokken vrouwen meewerkten en geen gevaar vormden, valt elk gebruik van geweld buiten het wettelijke kader — en raakt het bovendien aan hun menselijke waardigheid.

De reacties bleven niet beperkt tot juridische discussie of mediadebat. Activisten en burgers uitten duidelijke woede en stelden dat het incident een gevaarlijk precedent schept. Hun verontwaardiging gaat niet alleen over fysiek geweld, maar over de boodschap die het volgens hen uitstraalt: dat moslimvrouwen in de publieke ruimte harder kunnen worden aangepakt dan anderen. Critici waarschuwen dat tolerantie voor dergelijk gedrag de deur opent naar herhaling. Racisme dat niet wordt aangepakt, kan zich ontwikkelen van een incident tot een patroon.

Daarom klinken op sociale media en vanuit maatschappelijke organisaties steeds meer oproepen tot vreedzame demonstraties. De eis: transparante verantwoording en een onafhankelijk onderzoek. Sommigen pleiten zelfs voor ontslag van de betrokken agent, met het argument dat wie zijn macht op deze manier gebruikt, niet geschikt is om een politie-uniform te dragen. Deze oproepen worden niet gepresenteerd als opruiing, maar als burgerlijke druk om te garanderen dat de wet voor iedereen geldt — ook voor degenen die haar moeten handhaven.

Voorstanders benadrukken dat de kwestie groter is dan één individu. Het raakt aan de relatie tussen de staat en minderheden: bestaat er werkelijke gelijkheid voor de wet? Worden klachten over discriminatie serieus genomen? Verantwoording afleggen is volgens hen geen wraak, maar een noodzakelijke stap om vertrouwen te herstellen. Rechtsgelijkheid vormt de basis van een democratische samenleving. Vertrouwen in instituties groeit niet door macht, maar door rechtvaardigheid. Elke verdenking van ongelijke behandeling kan diepe sporen nalaten in het gevoel van veiligheid en verbondenheid van hele gemeenschappen.

Het incident heeft een gevoelig debat heropend over politieoptreden, grenzen aan geweld en de beleving van rechtvaardigheid in een multiculturele samenleving. Hoe bouw je een politieapparaat dat iedereen beschermt zonder uitzondering? Hoe voorkom je dat autoriteit verandert van bescherming in intimidatie?

De vraag die bij velen blijft hangen is simpel maar ongemakkelijk:

Zou de agent hetzelfde hebben gehandeld als deze vrouwen geen moslima’s waren?

اظهر المزيد

مقالات ذات صلة

اترك تعليقاً

زر الذهاب إلى الأعلى